Inloggen
Niet ingelogd | Community: De Krijtberg

 

 

Hart van pater Roothaan terug in Amsterdam

Op zondag 23 november 2008 werd door de nuntius Mgr. François Bacqué een nieuwe reliekschrijn onthuld. De homilie die hij uitsprak, is onderaan deze pagina te vinden.

Middelpunt van de schrijn is een verzilverde buste uit Rome met het hart van pater Jan Philip Roothaan (1785-1853), generaal of algemene overste van de jezuïeten van 1829 tot 1853, en geboren en getogen Amsterdammer.

De reliek is in 2007 ten behoeve van de Krijtberg in bruikleen gegeven door de toenmalige algemene overste, de Nederlander Peter-Hans Kolvenbach. De schrijn is ontworpen door beeldend kunstenaar Pim Wever te Vught en geschonken door het Pater-Roothaan-genootschap. Het Genootschap heeft zich sinds 1944 ingezet om de figuur van Jan Philip Roothaan meer bekend te maken, mede met het oog op zijn zaligverklaring. Hoewel het proces al lang stilstaat, is het nooit gesloten.

 

Pater Roothaan
De Amsterdammer Jan Philip Roothaan, parochiaan en misdienaar van de Krijtberg, trok in 1804 naar Rusland om in te treden bij de jezuïeten. Hij werd priester gewijd in 1812. Na een aantal jaren als leraar en priester gewerkt te hebben in Rusland, Zwitserland en Italië werd pater Roothaan in 1829 gekozen tot “generaal” of algemeen overste van de jezuïetenorde. Die had toen bijna tweeduizend leden, verspreid over de hele wereld. Omdat de jezuïeten steeds de grenzen zochten van kerk en wereld had de orde veel vijanden. In 1848-1850 moest Jan Roothaan het hoofdkwartier in Rome verlaten. Hij ging toen de huizen van de orde in Europa bezoeken en kwam ook weer in Nederland, voor het eerst sinds 26 jaar. Hoewel hij zelf een vluchteling was, gaf zijn bezoek iedereen moed en vertrouwen. Na zijn terugkomst in Rome in 1850 bestuurde hij de orde nog een paar jaar. Hij werd ernstig ziek, een ziekte die hij met veel geduld en zelfs blijdschap droeg. Jan Philip Roothaan stierf in Rome op 8 mei 1853. Er waren toen ruim vijfduizend jezuïeten, onder wie zo’n duizend missionarissen.

 

Hart
Het graf van pater Roothaan in de crypte van de Gesù-kerk te Rome werd in 1935 geopend in het kader van het proces voor zijn zaligverklaring. De kist en het lichaam waren grotendeels vergaan, waarschijnlijk vanwege de grote overstroming van 1870. Het hart van Jan Philip Roothaan was apart bijgezet in een glazen houder op sterk water en nog volkomen gaaf. Dat van hem als enige van alle generaals in de crypte het hart geconserveerd is, tekent de verering die leefde bij zijn dood. In opdracht van de toenmalige algemene overste Wlodimir Ledóchowksi (1866-1942) heeft de edelsmid R. Politi in Milaan voor het hart een verzilverd koperen buste gemaakt. Deze buste stond tot vorig jaar in de sacristie van het generalaat van de jezuïeten in Rome. De overige stoffelijke resten van Jan Philip Roothaan zijn in 1953 bij gelegenheid van zijn honderdste sterfdag geplaatst in een zijkapel bij de ingang van de Gesù-kerk. Later is daar ook het lichaam van de algemene overste Pedro Arrupe (1907-1991) bijgezet. Waar pater Roothaan geldt als tweede stichter van de jezuïetenorde, heeft pater Arrupe haar geleid in de vernieuwingen na het Tweede Vaticaans Concilie.

 

Reliekschrijn
Hoofdmotief van de reliekschrijn is het vurig streven van Roothaan voor het welzijn van de mensen en de meerdere glorie van God. Zijn bijzondere genegenheid voor de kerk van zijn jeugd komt tot uiting in een citaat uit een brief uit 1837, dat op de console van de buste is aangebracht: ‘Onze dierbare kerk de Krijtberg, waaraan zoveel herinneringen mij binden en altijd zullen blijven binden. A.M.D.G.’ Deze laatste afkorting staat voor Ad Majorem Dei Gloriam (tot meerdere eer van God), de lijfspreuk van de Jezuïetenorde.

 

 

Homilie van mgr. François Bacqué, pauselijk nuntius, op het hoogfeest van Christus Koning, 23 november 2008, in de Krijtberg te Amsterdam, bij gelegenheid van de inauguratie van de reliekschrijn voor het hart van pater Roothaan.

 

Allereerst wil ik graag mijn dank uitspreken jegens pater Tjeerd Jansen SJ, de rector van deze kerk, de Krijtberg, en de heer Kees Hilhorst, voorzitter van het Pater Roothaan Genootschap, voor de uitnodiging om voor te gaan in de Eucharistie op het hoogfeest van Christus Koning. Bovendien valt het mij te beurt om vandaag de buste te inaugureren, welke als relikwie het hart bevat van pater Jan Philip Roothaan, 21e algemene overste van de orde der jezuïeten, de eerste Nederlander in deze functie, voorafgaande aan pater Kolvenbach, en vanaf zijn jeugd nauw verbonden met deze kerk.

 

Het feest van Christus Koning zou ons op allerlei manieren kunnen inspireren. Laten we ons richten op het wezenlijke ervan: Jezus is een Koning, maar hij is een Koning van liefde. In de boeken over het geschiedenisverhaal van de wereld kan men slechts met moeite de sporen van Hem terugvinden: zijn geboorte, zijn verhuizingen als immigrant, zijn dood. Het komt naar voren als een van de vele gebeurtenissen tijdens de jaren van de bezetting van Jeruzalem door de Romeinen. Hij is niet een rijk man, niet een machtig persoon, niet een geleerde. Zijn verrijzenis is een bescheiden gebeuren. Hij openbaart zich aan zijn vrienden, of onderweg,
of rond een tafel, of bij de visvangst aan de rand van een meer.

 

In werkelijkheid is Jezus een kleine onder de kleinen én iemand die groter is dan welke grote mens ook. De openbaring van zijn goddelijkheid geschiedt niet langs macht, maar langs de weg van de liefde. God laat zich kennen, terwijl Hij zich geeft. De mens moet daarom óók klein zijn om alles te kunnen ontvangen en erdoor vervuld te worden. Onze ellende erkennen, onze grenzen, onze zwakheden: dát is zijn oneindige genade ontvangen. Daarmee erkennen wij Hem in wie Hij is, een God van liefde. Dat komen we tegen in de lezingen van deze liturgie: Ezechiël, de profeet, toont ons de Heer die als een goede herder, als Koning van liefde, waakt over zijn schapen. In de psalm van de tussenzang horen we ons zeggen: ‘De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort. Hij laat mij weiden op groene velden.’ En in de parabel over het laatste oordeel klinkt het: ‘De Koning zal zeggen: “Komt, gezegenden van mijn Vader en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting van de wereld.”’ Daarin herinnert Jezus ons aan het scheppingsplan van God: vanuit alle eeuwigheid is er een koninkrijk voor ons voorzien. De wet van dat koninkrijk én het paspoort om er binnen te treden, is de liefde, wanneer we hulp en troost geven aan onze broeder of zuster. Daarmee delen we in de overwinning van het leven over de dood, van het schenken van vergeving over haat. Laten wij ons ervoor inzetten om deze boodschap te verstaan en er in ons leven gestalte aan te geven, zoals pater Jan Philip Roothaan heeft gedaan in zijn tijd.

 

Pater Roothaan heeft zich tijdens zijn leven geheel gegeven aan Christus en aan zijn Kerk. Hij was begiftigd met een hoge intellectuele begaafdheid en een sterke wil. Dat toonde hij reeds in zijn jeugd door zijn positieve resultaten op school. In het bijzonder was hij goed in oude en moderne talen. Zijn wil kwam tot uitdrukking in het antwoord dat hij gaf op zijn roeping tot het priesterschap. Op achttienjarige leeftijd verliet hij zijn ouderlijk huis om jezuïet te gaan worden: priester zonder twijfel, maar ook jezuïet! Een orde die op dat moment verboden was! En dan moest die intrede plaatsvinden in Wit-Rusland. Wat een avontuur! Onze Jan Philip Roothaan bereidde zich er zeer goed op voor: allereerst in Riga, daarna in Polotsk. Men voorspelde hem een grote toekomst. Als jong priester kreeg hij de zorg voor de eerste opleidingsjaren, het junioraat. Hij inspireerde zijn toekomstige medebroeders zowel door zijn geestelijke instructies als door zijn toewijding. Hij moest veel verduren, weg uit een vertrouwde omgeving, in ballingschap. Na een flink aantal jaren verbleef hij weer enige tijd in Amsterdam en preekte in deze kerk. Zonder ophouden was hij altijd aan het werk, gunde zich weinig slaap en nam nooit vrijaf. Hij toonde geen enkele stress of vermoeidheid. Zelfs niet in Turijn waar hij gedurende zes jaar leiding gaf aan een huis met 270 Italiaanse studenten, aan wie hij zich aanpaste.

 

Vice-provinciaal zijnde van Italië werd hij in 1829 tot verwondering van velen gekozen tot algemene overste van de Sociëteit van Jezus. Dat was het begin van 26 jaren waarin hij deze taak vervulde. Al snel werd hij hogelijk gewaardeerd door paus Gregorius XVI, met wie hij opvattingen omtrent het bezit van tijdelijke zaken deelde, welke weinig gunstig waren ten aanzien van het heersende liberalisme. De jezuïetenorde ondervond vele moeilijkheden van de zijde van verschillende regeringen. Maar pater Roothaan zette met moed zijn zending voort, kalm en  bedachtzaam, met heel duidelijke aandacht voor de gebieden van geestelijke en intellectuele ontwikkeling. Hij bevorderde de devotie tot het H. Hart en tot het Hart van Maria. Van de tekst van de Geestelijke Oefeningen van Ignatius maakte hij een complete vertaling in het Latijn. Die werd aangevuld met een beschouwing over de methode van mediteren. Tevens stelde hij een beleidstekst samen tot ondersteuning van de colleges: de zgn. Ratio Studiorum. Ook stimuleerde deze generaal de ontwikkeling van missies in landen waar de orde reeds had gewerkt: India, China, Zuid-Amerika, het Nabije Oosten. Maar daarnaast ook in Madagaskar, de Verenigde Staten en andere. ‘Niet om moeilijkheden te ontvluchten, noch alleen om te veranderen, maar als antwoord op een weloverdachte roeping ten gunste van de minst bedeelden.’

 

Evenals paus Pius IX moest hij in 1848 tezamen met zijn medebroeders Rome verlaten,
vanwege de daar ontstane revolutie. Deze vervolgingen en het verlies van samenhang binnen de orde als gevolg van het woelige Europa werden ruimschoots gecompenseerd door de toename in aantallen binnen de jezuïetenorde en het ontstaan van nieuwe Provincies en missiegebieden over de hele wereld. Zo werd deze periode óók de tijd van het “herstel” van de Sociëteit van Jezus. In een tijdvak waarin er nog geen telefoon bestond, geen internet, moest pater Roothaan zeer vele zaken afhandelen via brieven. Hij heeft een zeer uitgebreide hoeveelheid daarvan achtergelaten. In de laatste jaren was hij zeer vermoeid. Hij stierf in 1853, het jaar van het herstel van de katholieke kerkelijke hiërarchie in Nederland. Pater Jan Philip Roothaan heeft op vele mensen een diep indruk gemaakt door zijn persoonlijkheid en door zijn werk. Kardinaal Newman, die hem verschillende malen een bezoek heeft gebracht, liet herhaaldelijk horen: ‘Wat een markante en aantrekkelijke persoon!’ En paus Pius IX schreef tijdens de laatste dagen van Roothaan: ‘Wij verliezen een heilige!’ In een boek, geschreven door een parochiaan, dr. Fontaine, komt deze tot de conclusie: ‘Hij is een man als een toegedekt vuur!’

 

Wat kunnen wij beter doen dan zijn buste – in een nieuwe reliekschrijn – hier, in zíjn kerk, een plaats geven? Daarmee eren wij op een uitstekende wijze zijn gedachtenis en zijn werk. En zijn hart, ‘als een toegedekt vuur’ in het hart van Amsterdam, brandt om te getuigen van de liefde welke Christus Koning heeft voor de mannen en vrouwen van deze stad, en voor de zending die – ik ben er zeker van – de paters jezuïeten hier vervullen. Amen.

 

 

Link naar deze pagina versturen per e-mail